
de Volkskrant
15 november 2014 zaterdag
Section: Sir Edmund; Blz. 6
 RONALD VELDHUIZEN
Nieuwe inzichten van week 46 
Wat werd onlangs beweerd? Het sperma van vegetariërs is slechter. Wat zegt de zoutkorrelcheck? Niet meteen naar de vruchtbaarheids- kliniek hollen. 
Sperma scoort. Voeding scoort. Dat de combinatie explosief is, bleek afgelopen maand weer eens, toen een journalist op een congres met tientallen belangrijke studies over voortplantingsgeneeskunde de meest banale eruit pikte. Te weten: vegetariërs zouden slechter sperma hebben, blijkt uit onderzoek van de Loma Linda-universiteit. Goed voor flinke koppen bij internationale kranten en op internet. 

Ergens is de aandacht wel terecht, omdat de uitkomst van de studie een intuïtief aantrekkelijk idee onderuit schoffelt: namelijk dat vegetarisch eten altijd wel gezond zal zijn. Het doorprikken van boerenverstand, daar hebben we immers wetenschap voor. 

Maar is vegetarisch eten echt funest voor de zaadkwaliteit? In theorie kan het. Vega's eten doorgaans bijvoorbeeld meer sojaproducten en daarin zit een hormoonverstorende stof die de ontwikkeling van spermacellen heel misschien dwarszit. 

Dan de praktijk. De wetenschappers van de nieuwe studie, onder leiding van Eliza Orzylowska, vroegen aan 474 mannen die een bezoek aan de vruchtbaarheidskliniek brachten om wat vragen in te vullen over hun eetpatroon. Hoeveel soja de deelnemers aten en of hun bloed hormoonverstorende stoffen bevatte, werd niet gemeten. Veruit de meeste heren, 443 om precies te zijn, bleken vleeseters. Er waren 26 vegetariërs en 5 veganisten, die ook zuivel en eieren laten staan. 

De uitkomsten? De vega's produceerden inderdaad minder spermacellen, die ook nog eens relatief weinig bewogen. 

Nog even geen paniek. Want, één: de mannen in deze studie maken deel uit van stelletjes die al moeite hebben met kinderen krijgen. Het was dus geen nette steekproef. Twee: de onderzoekers benadrukken nota bene zelf dat de vega's nu ook weer niet zulk slecht sperma hadden. Het kwaliteitsverschil leek niet groot genoeg om te stellen dat ze minder vruchtbaar waren. En drie: het is niet uit te sluiten dat de verschillen toevallig zijn. De groep vegetariërs was zo klein, dat de mindere zaadkwaliteit zomaar een uitschieter kan zijn. 

Vegetariërs kunnen dus gerust ademhalen: er hoeven geen principes overboord voor een beter kwakje. 
